dinsdag 28 augustus 2012

Franse (bio)logica.


Week 8 van de vakantie. We waanden ons God. In een goddelijke tent op de top van een goddelijke berg in het goddelijke Frankrijk. We zaten veel te lang aan tafel, aten veel te veel croissants en gingen veel te snel na die veel te veel croissants in een veel te koude rivier zwemmen. Veel te leuk. 

Maar op een dag daalden we onze berg af. Met zwabberende buiken van al die croissants. Op zoek naar ander lekkers, zoals iets gezonds en lokaal, biologisch en vegetarisch. En daar liep het een klein beetje fout met de goddelijkheid. Op de lokale wekelijkse markt troffen we welgeteld 1 mini bio groentenkraam. In den beginne deden we niet moeilijk. Een croissant belegd met een biotomaat is ook lekker. Maar toch, curieus is dat: op een plaats waar ruimte en zon zat is om de lekkerste biogroenten te kweken, vind je die niet op de markt? Supermarkt dan?? Non, rien de rien. De lokale Intermarché bleek dan wel een heuse hypermarché te zijn, maar rien de bio. Et quoi avec “les trucs de végétarien”? De dame achter de kaastoog bekeek me alsof ik recht van Mars kwam. Misschien had ik me wat ongelukkig uitgedrukt. Dus dapper ging ik verder:
° “Végétarien: ni viande, ni poisson.”
* “Pour manger?”
° “Oui. Comme par exemple du tofu.”
* “De la confiture?”
Toegegeven. Alle letters van het woord ‘tofu’ vind je ook terug in ‘confiture’, maar dat is dan toch wel het enige dat beide bindt. Ook bij mij begon de twijfel nu echt toe te slaan. 
° “Un hamburger végétarien?”, probeerde ik alsnog. Poging bij voorbaat gedoemd te mislukken, I know.
* “Du steak haché sans viande, alors?”
Het vraagteken van de kaastoog begon plots te proesten. Gierend van het lachen werden de collega’s erbij geroepen: “Dis, Marcel, Caroline, Marie, du steak haché sans viande, est-ce qu on vend ça?” 
Lachen, gieren, brullen. Marcel was de enige die nog iets kon uitbrengen: “haaaaa, ça doit être un produit diétique.” Goed, op naar de rayon dieetvoeding. En jawel, kijk eens aan: 3 verschillende soorten veggie burgers. Verschillend volgens de verpakking althans. Na de test aankoop bleek het verschil zich effectief enkel in de verpakking te bevinden. Veel kruiden, veel olie, veel concentraten en een vleug tofu, jawel. 
Verder al-les te vinden in de Intermarché!

Een paar dagen later. Nog steeds op de dool naar kraakverse biogroenten, steeds meer snakkend naar ons biopakket van De Wassende Maan. We arriveren bij een apiculteur ofte imker, die afficheert met ‘agriculture biologique’. De vraag naar biogroenten wordt beantwoord met: “ah oui, là on a un problème, quoi.” De dichtstbijzijnde bioboer is 25km verderop, soms zou hij zijn groenten (“qui sont vraiment bon, hein”; we geloven het graag) wel op de markt in een naburig dorp verkopen. Goed, wij naar dat dorp: 2 straten, meer niet. Weer een gesprek met couleur locale:
° “Bonjour! C’est quand le marché dans le village?”
* “Attendez, on est quel jour aujourd’hui?”
° “Lundi.”
* “Lundi... pas mardi alors.”
° “Non, pas mardi.”
* “Ah. Lundi, mardi, mercredi... le marché doit être le jeudi, alors.”
° “Ok, merci.”
* “Attendez, j’ai quand-même une petite doute. Peut-être c’est le mercredi...”
° “Ah.”
*“Vous habitez loin? Sinon, j’en parle avec mon voisin ce soir.
° :)
* “Mercredi, jeudi, mercredi, jeudi. Non, ça doit être le jeudi.”
° “Ok, merci, le jeudi, c’est noté.”
* “Ou mercredi? Je m’en doute...”
°...
* “Jeudi! Oui oui, jeudi. Parfois, j’ai des doutes. ça doit être la chaleur.”
° “Aucun problème. On se voit jeudi alors.”
* “Oui oui, à jeudi!”
° “Au revoir!”
* “Ou est-ce que c’est le mercredi?”

Samuel Becket zou er van genoten hebben. Lachen, zeg. 
En die biogroenten, we zijn er nooit aan geraakt. De boer was er niet, of de markt niet, of misschien was het toch woensdag in plaats van donderdag.

3 opmerkingen: